Medische Encyclopedie
Inhoud
- Wat is problemen met borstvoeding geven?
- Wat kan ik zelf doen?
- Wat kan de apotheker voor mij doen?
- In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?
- Welke medicijnen worden gebruikt bij
Problemen met borstvoeding geven
Wat is problemen met borstvoeding geven?
Wat kan ik zelf doen?
Bespreek met je verloskundige, het consultatie-bureau of je huisarts waar de pijn bij jou door kan komen.
Je kunt ook een afspraak maken met een lactatie-kundige. Die kan je helpen om op zo’n manier borstvoeding te geven dat je geen pijn meer hebt.
Tegen de pijn mag je paracetamol nemen. Als dat niet genoeg helpt, kun je ibuprofen erbij nemen.
Hoe komt het dat je pijn hebtAls je baby hapt naar je tepel, voel je dit. In de eerste week kan dat pijn doen. Daarna hoort dat geen pijn niet meer te doen.
Als je baby je tepel in de mond heeft, komt er vanzelf melk uit je borst naar de tepel. Dit heet de toeschiet-reflex.
Je voelt dit even in je hele borst. Als je baby drinkt, is het gevoel snel weer weg.
Verder kan pijn bij borstvoeding komen door:
- de manier waarop je baby aan je borst ligt
- tepelkloven
- een wondje aan je tepel
- de tongriem van je baby
- veel melk in je borsten (stuwing)
- borstontsteking
- spruw bij je baby waardoor je baby steeds hapt en loslaat
Als je baby er veel last van heeft, krijgt je baby een gel voor in de mond. Jij krijgt een crème voor op je tepels.
In de eerste week na de geboorte ga je steeds meer melk maken. Je borsten kunnen vol en hard worden. Dit heet stuwing.
Dit kan pijn doen.
Deze adviezen kunnen helpen:
- Laat je baby vaak en lang genoeg drinken. 8 tot 12 keer per dag is in de eerste weken is heel normaal. Vaker is ook prima.
Voed je baby tot die stopt met drinken of in slaap is gevallen. Probeer je baby nog een keer te laten drinken als die te snel de borst loslaat. - Je borst kan zo bol zijn van de melk, dat je baby je tepel niet goed in de mond krijgt. Dan kun je eerst wat melk kolven. Vaak lukt het drinken daarna beter.
- Na de borstvoeding kun je een koude doek tegen je borst leggen.
- Haal de koude doek er weer op tijd af: een half uur voor de volgende voeding. Dan worden je borsten weer warm genoeg voor de volgende voeding.
Na de eerste week maak je meestal precies genoeg melk voor je baby.
Misschien denk je dat je te weinig melk hebt. Als je baby goed groeit, krijgt je baby genoeg.
Stap 1: Kijk bij adviezen voor genoeg melkDenk je toch dat je te weinig melk hebt? Kijk hieronder bij het kopje Adviezen voor genoeg melk wat je kunt doen om meer melk te maken.
Stap 2: Extra adviezenJe kunt ook nog deze extra adviezen proberen:
- Ga tussen de voedingen door extra kolven. De gekolfde melk geef je ook aan je baby. Extra kolven kan ervoor zorgen dat je meer melk gaat maken.
- Vraag hulp aan een lactatie-kundige. Dit kan soms via het consultatie-bureau.
Misschien blijf je twijfelen of je genoeg melk hebt. Het consultatie-bureau kan je baby onderzoeken en kijken of je baby genoeg weegt. Ook kijken ze hoe je je baby aan de borst legt en hoe vaak.
Adviezen als de melk niet begint te stromenKomt er geen melk als je begint met voeden of kolven en voel je geen toeschiet-reflex? Dan kan de huisarts je een neusspray geven. Daar zit oxytocine in. Als je dat in je neus spuit als je gaat voeden, helpt dat om de melk te laten stromen.
Dit kan helpen om te zorgen dat je genoeg melk hebt voor je baby:
Laat je baby vaak drinken- Leg je baby vaak aan je borst: als je merkt dat je baby dat wil. Of als jij dat wil. 8 tot 12 voedingen per 24 uur is heel normaal in de eerste weken.
- Ook ’s nachts geef je je baby borstvoeding. Je hoeft je baby daar niet voor wakker te maken, die wordt vanzelf wakker om te drinken.
- Zorg voor veel huid-op-huid-contact. Na de geboorte ligt je baby bloot op jouw blote buik. Leg je baby ook daarna vaak bloot tegen je aan. Dat is belangrijk voor jou en je baby. Het geeft je baby een fijn, rustig en veilig gevoel.
Deze dingen zorgen ervoor dat je genoeg melk maakt.
Je kunt zorgen voor meer melk door melk te kolven tussen de borstvoedingen door.
- Eet gezond. En drink minimaal 2 liter. Bekijk de video over eet-adviezen als je borstvoeding geeft.
- Drink geen alcohol.
- Gember kan misschien zorgen voor meer borstvoeding. Je kunt gemberthee drinken, gember in je eten doen of gemberpillen slikken. Gemberpillen kun je bij de drogist kopen.
- Kruidenthee of borstvoedingsthee helpt niet om meer borstvoeding te krijgen. Het is ook niet duidelijk of die thee nadelen heeft voor je baby.
De eerste week na de bevalling hebben bijna alle vrouwen gevoelige of pijnlijke tepels. Je tepels moeten wennen aan de zuigkracht van je baby.
Als je baby de tepel niet goed in de mond neemt, kun je een tepelkloof krijgen. Dit is een pijnlijk scheurtje in de huid van je tepel.
Adviezen bij een tepelkloof:
- Zorg ervoor dat je baby goed aan de borst ligt. Je baby moet een deel van de tepelhof ook in de mond hebben. Dus niet alleen de tepel. De tepelhof is de huid om je tepel heen. Deze huid heeft een andere kleur dan de rest van je huid.
- Leg je baby eerst aan de borst die geen pijn doet. Als de melk stroomt, leg je je baby aan de pijnlijke borst. Zo zorg je ervoor dat je baby niet zo hard aan de pijnlijke tepel hoeft te zuigen.
- Je kunt ook een paar dagen kolven. Dan kan het scheurtje in je tepel beter worden.
Je hoeft niets op je tepels te smeren. Door crèmes of zalven worden je tepels niet sneller beter.
Als je baby spruw heeft en daardoor niet goed drinkt, krijg je wel een crème voor op je tepels.
De tongriem is een dun vliesje onder de tong. Als die veel te kort is kan dat problemen geven als je baby drinkt aan je borst.
Je baby kan veel geluid maken als die drinkt. Je baby laat de tepel steeds los of wil niet aan de borst. Of je baby wil steeds drinken, omdat die niet genoeg melk binnenkrijgt. Als dit lang zo gaat, groeit je baby niet goed.
Jij kunt daardoor zelf tepelpijn, tepelkloven en te veel melk in je borsten (stuwing) krijgen. Ook kun je borstontsteking krijgen.
Deze adviezen kunnen helpen:
- Vraag je verloskundige om advies als je deze dingen merkt bij je baby en bij jou in de eerste week nadat de baby geboren is. Daarna kun je de verpleegkundige of arts van het consultatie-bureau om advies vragen.
- Je kunt ook een afspraak met een lactatie-kundige maken. Die kijkt hoe je baby aan je borst ligt en hoe je baby drinkt. En hoe je dit zo kan doen dat je baby wel goed kan drinken.
- Een klein knipje in de tongriem kan helpen als je baby niet beter gaat drinken door de adviezen. Of als jij pijn aan je tepel of borst houdt. Door het knipje kan je baby de tong beter bewegen als die drinkt. De borstvoeding gaat dan beter.
Bij borstontsteking doet je borst pijn. De borst is dikker en warmer.
Bij een lichte huid is de borst ook rood. Bij een donkere huid zie je dat minder goed.
Adviezen bij borstontsteking:
- Blijf je baby borstvoeding geven. Dan kan de ontsteking overgaan.
- Geef je baby eerst de pijnlijke borst. Laat die leeg drinken.
- Je kunt paracetamol nemen tegen de pijn.
- Zijn je klachten niet minder als je 24 uur deze adviezen hebt geprobeerd? Bel je huisarts of de huisartsenpost. Dan heb je meestal medicijnen nodig.
Wat kan de apotheker voor mij doen?
Speciaal bij problemen met borstvoeding geven
- Medicijngebruik en borstvoeding
Niet alle medicijnen kunnen veilig worden gebruikt als u borstvoeding geeft. Uw apotheker kan u hierover advies geven. Ook kunt u terecht op de website van het bijwerkingencentrum Lareb. Hier staat meer informatie over medicijnen en borstvoeding.
- Vitaminen en borstvoeding
Geef uw kind tijdens de borstvoeding vitamine K- en vitamine D-druppels. Uw apotheker kan u adviseren over de dosering en frequentie.
Voor problemen met borstvoeding die niet direct met medicijnen te maken hebben kunt u terecht bij een lactatiedeskundige. U vindt een lactatiedeskundige bij u in de buurt via www.nvlborstvoeding.nl.
Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.
- Receptcontrole
De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.
- Overzicht van uw medicijnen
Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.
- Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners
Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.
- Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen
Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.
- Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen
De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.
- Persoonlijk gesprek over uw medicijnen
Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.
- Medicatiebeoordeling
Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.
- Zelfzorg
Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.
- Bezorgservice
Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.
In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?
Bel direct je huisarts of de huisartsenpost als je 1 van de klachten krijgt van een borstontsteking:
- Je borst wordt dik en warm en doet pijn.
Bij een lichte huid wordt de borst ook rood. Bij een donkere huid zie je dat minder goed. - Je voelt je ziek en koortsig.
Welke medicijnen worden gebruikt bij
Oxytocine
Oxytocine is een lichaamseigen hormoon dat de ’toeschietreflex’ (het vrijkomen van melk uit de tepels) bevordert. Uw arts kan een neusspray met oxytocine voorschrijven als u last heeft van stuwing. De toeschietreflex zorgt dan dat de aangemaakte melk makkelijker vrijkomt bij het geven van borstvoeding of bij het kolven.
Uw arts kan oxytocine ook voorschrijven als u te weinig melk heeft: doordat uw melk gemakkelijker vrijkomt, kan de baby meer drinken. Dit zal de melkproductie verder stimuleren.
Domperidon
Domperidon kan ook worden voorgeschreven bij problemen met borstvoeding. Het stimuleert de afgifte van het hormoon prolactine. Hierdoor wordt er meer moedermelk gemaakt. Vanwege het risico op bijwerkingen moet uw arts of apotheker wel eerst nagaan of dit medicijn geschikt voor u is.
Flucloxacilline
Een ontsteking van de melkklieren kan ontstaan als bacteriën in de melkklieren terecht komen. Dit veroorzaakt pijn, zwelling en koorts. Als andere maatregelen, zoals vaak aanleggen van de baby, niet voldoende helpen kan de arts het penicilline-antibioticum flucloxacilline voorschrijven. Dit bestrijdt de bacteriën die melkklierontsteking veroorzaken.
Erytromycine
Net als flucloxacilline kan erytromycine ook worden gebruikt bij een melkklierontsteking. Erytromycine bestrijdt de bacteriën die melkklierontsteking veroorzaken.




